Manokwari, 25 juli 2017

Beste Allen,

Het schooljaar is twee weken geleden begonnen een routine-karakter te krijgen. Want zo’n eerste paar weken (meestal tot aan 17 augustus, de indonesische nationale feestdag) is altijd belabberd: niet alle docenten zijn op tijd ter plekke, niet alle leerlingen zijn op tijd terug van vakantie in hun geboortedorp. De Dienst van Onderwijs werkt storend door in die eerste dagen allerlei vergaderingen en kursussen te plannen, waardoor een lesrooster maar zo-zo uitgevoerd kan worden. Wij proberen hoe dan ook meteen vanaf dag 1 les te geven; op andere scholen is men een eerste week (of zelfs twee weken) druk met klassen aanvegen, rotzooi en vuilnis opruimen, meubilair repareren. Kinderen die zijn blijven zitten komen niet meer opdagen; na een tijdje vraagt men pas om een ‘verhuis-biljet’. Op veel scholen is er de gewoonte dat iemand die is blijven zitten, een rapport krijgt waarop staat dat hij ‘over’ is, als de bewuste leerling dan ook maar van school wisselt. Bij aaname van leerlingen die tussendoor verhuizen en van een andere school komen, dienen we dus op onze hoede te zijn.

De drie-jarige onderbouw (SMP) in Maripi heeft nu vier eerste klassen aangenomen, naast de drie tweede klassen en twee derde klassen (grade 7 t/m 9). Het totaal aantal leerlingen is 227, van wie 172 jongen en 55 meisje. (Er wonen nu 116 jongens op het internaat; de 55 meisjes komen allen uit de buurt; zou er al een meisjes-internaat zijn, dan kunnen we denk ik nog eens 100 kinderen verwelkomen...). Van die 227 zijn er 176 autochtoon Papua, de overige 51 zijn ‘langharig’ (afkomstig van andere indonesische eilanden buiten Papua). In klas 7 zitten 110 kinderen, in klas 8 76, in klas 9 41. Er bleven in totaal 17 kinderen zitten; de meesten daarvan zijn van school verhuisd, of niet meer komen opdagen.

Deze eerste week zijn al zes kinderen van het internaat verdwenen. Twee kwamen aan van de Oost-Aifat, een uur vliegen van Manokwari, maar smeerden hem na twee dagen al weer, wisten een boot op te zoeken, en waren op een nacht richting haven. Ze zijn nu in Sorong en zoeken daar een auto terug naar hun dorp. Twee andere eerste klassers deden niets anders dan huilen en huilen, geen klein beetje heimwee. Uiteindelijk kwam hun papa ze maar weer ophalen (drie uur rijden naar Manokwari) en gaan ze nu naar een school in hun buurt. (Pa wilde ze eigenlijk op een internaat hebben, want ‘daar leer je discipline!”; bij hem thuis waarschijnlijk minder). Twee (een derde en tweede klasser) zijn van het internaat weggestuurd, en gingen dus ook maar van school weg. Ze presteerden iets ongelofelijks. Naast ons terrein heeft de overheid een geweldig groot complex Hoofdkantoor van Politie gebouwd voor de provincie West Papua. Het drie-verdiepingen gebouw is nog niet in gebruik genomen, maar het terrein werd vorige week gebruikt voor camping-activiteiten van de padvinders. Terwijl de verkenners ‘s nachts om 12 uur rond het kampvuur zaten pikten twee van onze jongens (die dus eigenlijk al lang op hun bed hadden moeten liggen) een paar mobiele telefoons weg die bijna onbeheerd bij een stopcontact lagen om opgeladen te worden. De eigenaars zagen alleen nog maar wegrennende jongens. De grote groep politie-agenten kwamen te laat in actie, maar wist de groep toch te achterhalen en een bekentenis te ontfutselen. De op de vlucht weggegooide mobieltjes werden achterhaald. Als uitzondering werden de diefjes niet in mekaar geslagen. De politie leed natuurlijk gezichtsverlies, want een paar school-ukkies wisten de politie te omzeilen in het hol van de leeuw! Met een glimlach accepteerden de ouders dat hun kinderen van het internaat werden gestuurd. 

Op de SMA te Susweni (drie-jarige bovenbouw van de zesjarige vervolgschool voor algmeen vormend onderwijs) slaagden, zoals ik U eerder meldde, 65 leerlingen; 12 gingen niet over naar de derde klas, en 22 niet naar de tweede.  Er werden 124 nieuwe leerlingen aangenomen voor de eerste klas (grade X). Met de zittenblijvers hebben we dit jaar dus vijf eerste klassen, een minder dan vorig jaar. Dat komt voornamelijk omdat de aanname van nieuwe leerlingen op de internaten beperkt was, ‘slechts’ 42 nieuwe meisjes en 52 nieuwe jongens, de ‘bevolking’ op beide internaten is ieder 120 leerlingen.  Nog steeds is tachtig procent autochtoon Papua.

De directeur van de school, pater Paulus Ulipi, OSA, verhuisde naar Jakarta voor een post-doctorale studie. Hij werd vervangen door de heer Adam Wospakrik, een geschiedenis-leraar oorspronkelijk afkomstig van het eiland Biak, een ‘echte’ Papua dus. De heer Wospakrik is rijks-ambtenaar en werd door de Dienst van Onderwijs voor onze school beschikbaar gesteld, hetgeen voor onze scholenstichting een heuse lastenverlichting betekent (zijn salaris drukt niet op onze begroting).

In de vakantie zijn zaken opgeknapt: schilderwerk, sloten en hengsels van kleer- en boekenkasten gerepareerd, de drinkwater-zuiveringsinstallatie schoongemaakt (in Maripi kochten we zo’n prijzige zuiveringsinstallatie aan, een hele vooruitgang, want nu hoeven we niet meer iedere dag met 20 gallons een dik uur op en neer te rijden om vers drinkwater te kopen).

Op de SMA-internaten is de leiding in dezelfde handen gebleven: Stef Alo (een augustijn die volgende maand priester gewijd wordt) op het ‘Mendel’-jongensinternaat (Susweni) en zr. Beata Taa op het meisjes-internaat ‘Rita’. Zij is een augustines en Papuase. Op het internaat in Maripi ging de leiding over naar Benny Jehamin, ook een augustijn.

Er werden nieuwe was- en droogplaatsen aangelegd in Susweni (met een dak erover, zodat bij regen de kleren toch kunnen drogen), men legt de laatste hand aan een basketbal- en ‘futsal’-veld in Maripi, plek werd vrijgemaakt voor een kantine en bibliotheek. Via de school worden de eerste klassers in een nieuuw school-uniform gestoken. Kleermakers komen op school de maat opnemen voor een uniform in nationaal voorgeschreven kleuren (blauw voor de onderbouw, grijs voor de bovenbouw). Maar daarnaast heeft ieder ook een batik-shirt (zo laat zich iedere school kennen aan het uniform), sportkleding, en een padvinders-tenue (sinds dit jaar is de padvinderij weer opgekrikt en een verplichte activiteit op elke indonesische school).

Vier van onze SMA-abiturienten maken zich op het eiland Kalimantan op om hun kennis van de duitse taal te verbeteren (drie meisjes, een jongen). Zij werden door de provinciale overheid van West Papua geselecteerd om met een beurs in Duitsland te kunnen studeren. De drie Papua-jochies die als besten uit het toelatingsexamen op de SMP te voorschijn kwamen, bleken allen van een lagere school in Bogor (West Java) te komen, waar de bupati (burgemeester) van het Tambrauw gebied (Vogelkop) elk jaar een tiental kinderen op overheidskosten naar toe stuurt. Het zegt dus iets over het niveau-verschil van het basis-onderwijs in Papua en daarbuiten. 

Nu naar de polikliniek in het dorp samen met John Bunay, een jong van 12 uit de Wisselmeren, Centrale Hooggebergte, een dik uur vliegen van Waghete naar Manokwari, om zes hechtingen uit zijn voorhoofd te laten verwijderen. John viel zich na twee dagen Manokwari een best gat in zijn kop.

Daarna nog twee uur les geven: dit jaar bijlessen rekenen, ja niet lachen, gewoon stom (hoofd)rekenen; er zijn er heel wat die voor het staatsexamen lagere school zijn geslaagd zonder dat men ‘de tafels van tien’ kan opzeggen... Hoeft ook niet zeggen sommigen, daar heb je tegenwoordig calculators en computers voor... Ik had daar het opgroeien in een winkel en wijk voor: een pakje Blue Band van 38 cent  plus tien eieren voor 1,80 minus drie lege flessen statiegeld. Maar wie weet nog wat ‘centen-winst’ is en statiegeld... Dus de kinderen maar op pad sturen om boodschappen te doen?

Met dank voor al jullie trouwe hulp, en hartelijke groeten,

Ton Tromp

afbeelding pater anton tromp
Pater Anton Tromp stuurt ons op geregelde basis een relaas met de stand van zaken in Papua. Hij geeft dan de situatie weer in de scholen en internaten in Sorong en Manokwari. Ook het wel en wee van studenten die verder mogen studeren volgen we via hem.

Stichting Augustinianum Sorong

Inschrijven nieuwsbrief

Contact

  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • Postadres:
    Baden Powellstraat 5,
    5212 BW 's-Hertogenbosch